Daniël Debunkt

Dagelijkse debunks over COVID-19

Messings malicieuze manifest (6d)

Een fact-check van het manifest “CODE ROOD” van Marcel Messing in 20 delen

Deze blogpost is deel 6d in een serie fact-checks van het manifest “Code Rood” van Marcel Messing. Gezien de omvang van dit manifest, deel ik de fact-check op in aparte blogposts, per hoofstukkopje in Messings manifest. In deze aparte blogpost houd ik bij welke delen ik al gepubliceerd heb.

Deze blogpost behandelt het vierde deel van hoofdstuk 6:

Evolutietheorie: ‘ware wetenschap’?

Fraude

Messing begint dit kopje met een vreemde opsomming:

Vele leugens zijn ons verteld over onder andere de Piltdownmens, de Pekingmens, de Australeopithecus, de Nebraskamens en de Javamens.

De Pekingmens en de Javamens zijn allebei exemplaren van homo erectus, een mensensoort die leefde van ca. 2 miljoen jaar geleden tot ca. 100.000 jaar geleden. Australopithecus is een nog oudere mensensoort.

De Nebraskamens was een wetenschappelijke vergissing op basis van één tand:

It was originally described by Henry Fairfield Osborn in 1922, on the basis of a tooth found by rancher and geologist Harold Cook in Nebraska in 1917. Although Nebraska man was not a deliberate hoax, the original classification proved to be a mistake, and was retracted in 1927.

De Piltdown-mens was een wetenschappelijke fraude uit 1912 die, helaas, pas in 1953 definitief ontmaskerd is. Duitsland had zijn neanderthaler, Frankrijk zijn cro-magnonmens, maar Groot-Britannië had nog steeds geen prehistorische mensenvondst. Dat was de atmosfeer waarin iemand een onderkaak van een orang-oetan en een schedel van een moderne mens tezamen begroef om gevonden te worden. De meest waarschijnlijke dader is de plaatselijke amateur-paleontoloog Charles Dawson. De naam van de jezuïet Pierre Teilhard de Chardin wordt in dit verband ook genoemd; dat geeft aan dat lang niet elke (uitgesproken) christen een creationistische wetenschapsontkenner is.

Een voorbeeld: de militaire arts en hoogleraar Eugene Dubois ontdekte in 1891 in Java de zogenoemde ‘Javamens’, eerder in de antropologie bekend als de ‘pithecanthropus erectus’, een ‘recht opgaande aapmens’, die later gepromoveerd werd tot een ‘homo erectus’, een ‘rechtopstaande mens’. De Javamens zou zich onderscheiden van de mensaap. Wat Dubois echter gevonden had, was geen volledig skelet, maar een paar kiezen en enkele dikke schedelonderdelen.

Welke leugen ons nu verteld wordt over de Javamens wordt niet duidelijk. Gaat het hem om de omvang van de vondst? Er is niemand die daarover anders suggereert. Bovenstaande link van NEMO Kennislink, de wiki-pagina, en andere beschrijvingen van de vondst, zeggen duidelijk waar het om gaat. Het is nu Messing die liegt: Dubois vond ook een dijbeen, en dat vergeet hij te vermelden.

Tussen het skelet van de hedendaags mens en de gevonden ‘skeletten’ van wat de ‘homo erectus’ werd genoemd, is geen wezenlijk verschil.

Er zijn wel degelijk verschillen; homo erectus had bijvoorbeeld dikkere botten. Waarom het woord “skeletten” tussen aanhalingstekens moet is niet duidelijk. Er zijn ook (bijna) hele skeletten gevonden, zoals Turkana boy.

Het onderscheid dat (paleo)antropologen maakten tussen de herseninhoud van de huidige mens (ca. 1400 kubieke cm) en de ‘homo erectus’ (900-1400 kubieke cm) en de vooruitspringende wenkbrauwen die de ‘homo erectus’ zou hebben en de moderne mens niet, is onhoudbaar gebleken. De pygmeeën bijvoorbeeld, die tot de dwergvolken in Afrika en Nieuw-Guinea behoren en hoogstens anderhalve meter lang zijn, zijn mensen met een soortgelijke herseninhoud als de ‘homo erectus’.

Messing claimt een te grote herseninhoud van homo erectus:

Overall, H. erectus brain size varies from 546–1,251 cc (33.3–76.3 cu in),[51] which is greater than the range of variation seen in modern humans and chimps, though less than that of gorillas.

Er is de nodige wetenschappelijke discussie over de omvang van de soort homo erectus — of deze alleen in Azië voorkwam en in Afrika een aparte soort homo ergaster — en zelfs of er onderscheid is met homo sapiens, zie bijvoorbeeld het artikel Defining homo erectus. Dat Messing zich bij deze opmerkingen vooral toespitst op herseninhoud, geeft aan dat hij zich niet erg wetenschappelijk opstelt. Variatie in herseninhoud binnen een soort komt niet overeen met variatie in intelligentie.

In de 19de eeuw werd een aantal van hen triest genoeg in kooien tentoongesteld als aapachtige wezens. Vooruitstekende wenkbrauwbogen zien we nog bij oude volkeren, zoals de Aboriginals in Australië.

Messing verzuimt te vertellen wat hij “oude volkeren” noemt. Hij verwart ook twee types van wenkbrauwbogen:

A small and divided brow ridge (the area above the eye sockets) is another key feature of modern human skulls. And a narrow area of bone in between the eye sockets.

This is unlike, for example, the strong and continuous brow ridge of Homo heidelbergensis, who lived in Africa and Eurasia 500,000 years ago. All of the other known ancient human species have this strong brow ridge.

Australische Aboriginals hebben twee aparte wenkbrauwbogen, een boven elk oog, terwijl de wenkbrauwboog van homo erectus één doorlopende boog boven beide ogen was. Wat Messing hier lijkt te proberen, is het multiregionale model opnieuw naar voren te schuiven, dat stelt dat de moderne mens op verschillende plekken op aarde tegelijk ontstaan zou zijn. De consensus is echter dat dit model onhoudbaar is, met name de verspreiding van haplogroepen verzet zich hiertegen.

Mitochondriële haplogroepen

Dubois heeft zijn ‘vergissingen’ later moeten toegeven.

Welke “vergissingen” Dubois gemaakt zou hebben, wordt niet duidelijk.

Zo heeft Ernst Haeckel (hoogleraar dierkunde) bewust gefraudeerd met zijn tekeningen van embryonale diersoorten in vergelijking met tekeningen van de embryonale mens, geïnspireerd op Darwins inzichten.

Wat Haeckel deed, was gebruikelijk voor de tijd en werd niet als fraude gezien:

Zijn hoofdargument was dat zijn illustraties schematisch waren. Ze toonden alleen wat hij essentieel achtte. Wetenschapshistorici hebben aangetoond dat deze werkwijze onder 19e eeuwse wetenschappers zeer gebruikelijk was (Hopwood 2006; Richards 2008).

Messing vervolgt met een fabel:

Toen hij verantwoording aflegde voor de Academische Raad gaf hij niet alleen zijn bedrog toe, maar merkte tevens op dat hij zich niet alleen voelde staan in het beklaagdenbankje, omdat hij honderden andere wetenschappers voor ogen had die daar ook hadden moeten staan. Rudolf Steiner heeft een deel van zijn esoterische evolutieleer (met racistische trekjes) op de tekeningen van Haeckel gebaseerd.

Haeckel is nooit formeel ter verantwoording geroepen. Volgens Robert J. Richards in Ernst Haeckel and the Struggles over Evolution and Religion komt dit verhaal waarschijnlijk voort uit een smaadproces dat een student van hem was begonnen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *